Van transitie naar transformatie van het Nederlandse zorgstelsel

Het streven naar een zo groot mogelijke autonomie van de burger vormt de rode draad in de naoorlogse vormgeving van het Nederlandse zorgstelsel. Enerzijds gaat het om de waarde ‘onafhankelijkheid’. Anderzijds leidde het streven naar onafhankelijkheid naar een zoektocht voor hervormingen (Van Klaveren, 2015).
Van transitie naar transformatie van het Nederlandse zorgstelsel


Steeds worden pogingen gedaan om binnen de ter beschikking gestelde budgettaire kaders te kijken hoe die onafhankelijkheid kan worden geregeld. Ook binnen het sociaal domein (zorg, jeugd en participatie) staat de autonomie van de burger (en het eigen netwerk) centraal bij de transitie.

 

Van transitie naar doelgerichte transformatie in de zorg

 

De term transitie wordt gebruikt om de veranderaanpak aan te geven. De term transformatie slaat op het te bereiken doel. Dat doel heeft echter altijd open kenmerken. Er is geen afronding van de transformatie.

Het SCP (Pommer en Boelhouwer, 2018) beschrijft de kernbegrippen van het transformatieproces:

  • Zelfredzaamheid: de mate waarin mensen in staat zijn zelf of met behulp van anderen hun problemen het hoofd te bieden of ermee om te gaan.
  • Kwaliteit van leven: uitkomstmeting van de effecten van de decentralisatie voor mensen.
  • Participatie: naast arbeidsparticipatie andere vormen van maatschappelijke en sociale participatie.
  • Kwetsbaarheid: gebrek aan hulpbronnen (arbeid, inkomen, opleiding en gezondheid).

Deze normatieve grondslag van de beleidsuitgangspunten (autonomie van de burger) vindt echter plaats in een beleidscontext waarin veel druk staat op de beschikbare middelen. Sterker het sociaal domein is een enorme kostenpost voor gemeenten.

Het sociaal domein ondergaat de overgang van een transitiefase naar een transformatiefase.

In onze visie kent die transformatiefase ook weer transities. Het is een open systeem waarbij het erom gaat adaptief te reageren op interne en externe ontwikkelingen. Adaptief betekent in dit verband dat de gemeente in staat is met variëteit te kunnen omgaan. Het gaat er dus om, om in een meer open systeem terecht te komen waarin alle betrokkenen een bijdrage kunnen leveren en waarin die betrokkenen een gelijkwaardige positie innemen.

Deze benadering kent als fundament de beschikbaarheid van informatiestromen, met name van data als moderne en steeds dominanter wordende vorm hiervan en de wijze waarop met deze data een nieuw sturingssysteem kan worden ingericht.

Een bijdrage van Harry Woldendorp, waarin antwoord geeft op: Hoe kun je werken met de start-up methode in de zorg? Recent verscheen zijn nieuwe boek Technologische en sociale innovatie in de ouderenzorg. De impact van COVID-19. 

Bestel hier zijn nieuwe boek & lees meer

Literatuur

 Klaveren, K-J. van (2015). Het onafhankelijkheidssyndroom. Een cultuurgeschiedenis van het naoorlogse Nederlandse zorgstelsel. Proefschrift, Universiteit van Amsterdam.

Pommer, E. & Boelhouwer, J. (red.) (2018). Overall rapportage sociaal domein 2017. Wisselend bewolkt. Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau

Woldendorp, H. en J. Hoekman. (2019). De weerbarstige praktijk. Een evolutietheorie van het sociaal domeinAmsterdam: SWP

Woldendorp, H.(2021). Technologische en sociale innovatie in de ouderenzorg. De impact van COVID-19. Amsterdam: SWP


 

 

 



Naar homepage





Opleiding

ArtsenAcademy VerpleegkundeAcademy FysiotherapieAcademy LogopedieAcademy